Executieve functies

Executieve functies

Executieve functies zijn belangrijk om goed te functioneren op school. De executieve functies worden ook wel de regelfuncties van ons brein genoemd. We hebben ze nodig om bijvoorbeeld goed te kunnen plannen, doelgericht te werken en ons gedrag te reguleren. Wanneer leerlingen problemen ervaren bij één of meerdere executieve functies, staat dit hun schoolsucces in de weg. Zwakke executieve functies komen voor bij leerlingen met ADHD, autisme en/of leerproblemen, maar tevens bij leerlingen zonder diagnose. Je hebt alle executieve functies nodig om een vaardigheid goed te kunnen. Wanneer één executieve functie zwak is, hebben de andere executieve functies daar last van.


Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende executieve functies (Dawson & Guare, 2009):


O Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet.

O Werkgeheugen: informatie kunnen onthouden en reproduceren bij moeilijke taken.

O Emotieregulatie: emoties kunnen reguleren om taken te voltooien of gedrag te controleren.

O Flexibiliteit: je aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden/taken.

O Volgehouden aandacht: aandacht kunnen behouden aan een situatie of taak.

O Taakinitiatie: starten aan een taak.

O Planning/prioritisering: kunnen plannen waarbij je de belangrijkste taken eerst doet.

O Organisatie:het overzicht kunnen behouden en de juiste materialen/informatie kunnen zoeken.

O Timemanagement: inschatten hoeveel tijd je nodig hebt om een taak te maken.

O Doelgericht gedrag: een realistisch doel kunnen opstellen en ondanks tegenslag door kunnen zetten.

O Metacognitie: naar jezelf kunnen kijken en reflecteren.


Executieve functies worden ook wel de voorspellers van het schoolsucces van de leerling genoemd. Executieve functies bepalen in hoge mate je schoolsucces. Misschien zelfs wel meer dan intelligentie. Executieve functies helpen je met het vertonen van doelgericht gedrag. Je kunt wel intelligent zijn, maar als je afgeleid wordt door elke prikkel in de klas (denk aan leerlingen met ADHD) dan wordt leren toch echt moeilijker.


Hoe kunnen we zwakke executieve functies herkennen bij leerlingen in de klas?

(Let op, het kan natuurlijk ook een andere oorzaak hebben.)


Taakinitiatie, planning, overzicht


Leerlingen die moeite hebben met taakinitiatie gaan vrijwel nooit meteen aan het werk. Zij gaan eerst iets anders doen: een potlood slijpen, naar het toilet of beginnen aan iets anders, als het maar niet hun werk is.

Leerlingen die vergeten om aan hun boekverslag te beginnen, aan het eind van de week hun taken niet afhebben of hun huiswerk niet bij zich hebben, hebben moeite met het plannen van hun werk.

Door gebrek aan overzicht kunnen zij tevens hun taken moeilijk organiseren. Ze weten niet wanneer ze moeten beginnen en ook niet waarmee. Daarnaast zijn ze niet netjes en geordend.


Aandacht richten en volhouden


Leerlingen die hier moeite mee hebben, moet je geregeld bij de les halen anders dwalen ze af door prikkels van buiten af. Wanneer zij een taak saai vinden zijn ze snel afgeleid en zullen hun werk afraffelen.


Emotieregulatie


Sommige leerlingen hebben moeite om hun emoties te beheersen. Dit geldt voor alle emoties, alhoewel je dit veelal terug ziet bij leerlingen met een oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) die door hun woedeuitbarstingen vaker opvallen, maar tevens andere leerlingen kunnen hier last van hebben.


Werkgeheugen


Leerlingen met een zwak(ker) werkgeheugen zullen na het geven van een instructie vragen wat ze nou ook alweer moesten doen. Ze hebben moeite met het verwerken van informatie wanneer er een complexe taak wordt gegeven. Ze zullen het antwoord door de klas roepen, omdat ze bang dat ze het antwoord vergeten.


Inhibitie


Leerlingen hebben moeite om hun impulsen te remmen. Ze reageren voordat ze hebben nagedacht. Hierdoor kunnen ze in vervelende situaties terecht komen.


Metacognitie


Leerlingen vinden het moeilijk om na een conflict naar hun eigen gedrag/aandeel te kijken. Ze geven de ander de schuld van het conflict. Deze leerlingen zullen ook niet snel hun werk controleren: het is toch wel goed.


(Cognitieve)flexibiliteit


Leerlingen hebben moeite met het schakelen tussen verschillende opdrachten. Daarnaast kunnen ze van slag raken wanneer er overwachte situaties zich voordoen zoals een invallleeerkracht die een les geeft.


Time management


Leerlingen kunnen de tijd voor het maken van hun taak niet goed inschatten. Ze hebben moeite met het overzicht van de dag: school en vrije tijd. deze leerlingen kunnen moeite hebben met het na komen van een tijdsafspraak.


Voor leerlingen met zwakke(re) executieve functies biedt Taaloptiek een intensieve training aan.

Voor meer informatie over deze training klik hier.