Visuele waarneming

Visuele problemen

Een visuele disfunctie is een onzichtbare belemmering bij lezen, spellen en concentratieproblemen. De leerling kan  scherp zien, maar kan wel degelijk een visueel probleem hebben. Visuele informatie komt binnen via de ogen. De lichtprikkels worden omgezet in zenuwimpulsen. Deze zenuwimpulsen worden naar de gebieden in de hersenen gestuurd die het mogelijk maken om te zien. Zien doe je dus met je hersenen: visuele informatie kunnen interpreteren en begrijpen. Wanneer de ogen niet goed samenwerken, komen de beelden wel de hersenen binnen, maar kunnen niet samen worden gevoegd. Als de beelden helemaal wegvallen of bewegen spreken we van fixatie disperatie: wanneer het kijken met beide ogen naar hetzelfde punt niet goed gebeurd. Hierdoor kan het leerproces worden belemmerd. Het onderstaande plaatje laat zien hoe een leerling met fixatie disperatie een tekst kan ervaren.

Enkele signalen die kunnen wijzen op een visuele disfunctie zijn:

O Leest langzaam, vindt lezen niet leuk

O Zwakke lezer, draait letters om

O Zwakke speller

O Korte concentratieboog

O Slordig handschrift, schrijft niet op de lijn

O Slechte oog-handcoördinatie

O Vermoeid na visuele inspanning

O Hoofdpijn

O Nekklachten

O Jeukende, branderige en/of droge ogen

O Evenwichtsproblemen, lijkt onhandig

O Zeer beperkt ruimtelijk inzicht, heeft moeite met grafiek/kubus tekenen

O Kaken sturen ogen aan

O Gevoelig voor (zon)licht


De kenmerken van dyslexie en visuele problemen overlappen elkaar. Er kunnen leerlingen zijn die een dyslexieverklaring krijgen, terwijl ze eigenlijk een visueel probleem hebben. Het grote verschil tussen dyslexie en een visuele disfunctie is echter dat een visuele disfunctie wel te behandelen is. Een visuele disfunctie is te onderzoeken middels een visuele screening. Wanneer blijkt dat er sprake is van een visuele disfunctie, kan een visuele training uitkomst bieden.


Zonder ruimtelijk zicht is er geen of beperkt ruimtelijk inzicht. Het één komt voort uit het ander. Wanneer er een afwijking is in het ruimtelijk zicht, dan heeft dat gevolgen voor de ontwikkeling van het ruimtelijk inzicht, onder andere voor het leren rekenen.


Enkele signalen die kunnen wijzen op een beperkt/geen ruimtelijk inzicht zijn:


O moeite met doolhoven

O moeite met figuren afmaken

O moeite met voor- en achtergrondinformatie scheiden

O lage score op de performale onderdelen van een intelligentietest.

O angstig op een schoolplein of in de gymzaal.

O onhandig, zich vaak stoot of bijvoorbeeld zijn beker omstoot.


Voor meer informatie over de visuele screening, klik hier.

Voor meer informatie over de visuele training, klik hier.